U heeft net uw gratis Cephu-scorekaart ontvangen. U ziet een getal tussen 0 en 100, vijf ratio's en kleursignalen — groen, geel of rood. Maar wat betekent dat nu concreet voor uw vennootschap? In dit artikel leggen we elke ratio uit in gewone taal, zonder jargon.
Wat meet de Cephu-score?
De score combineert vijf financiële ratio's, elk gemeten vanuit de gepubliceerde jaarrekening bij de Nationale Bank van België. Samen meten ze drie dimensies van financiële gezondheid: kan uw vennootschap betalen (liquiditeit), is ze stabiel gefinancierd (solvabiliteit) en verdient ze genoeg (rentabiliteit)?
Een score van 80 of hoger betekent dat uw vennootschap op alle drie dimensies boven de norm scoort. Onder de 40 zijn er één of meerdere structurele knelpunten die aandacht vereisen.
Ratio 1 — Current ratio: kunt u uw facturen betalen?
De current ratio deelt uw vlottende activa (voorraden, vorderingen, bankrekeningen) door uw kortlopende schulden (facturen die u binnen 12 maanden moet betalen).
Wat betekent het getal? Een current ratio van 1,0 betekent dat u voor elke euro schuld exact één euro aan vlottende middelen heeft — gevaarlijk dun. Bij 1,5 heeft u €1,50 beschikbaar voor elke euro schuld, een gezondere buffer.
Bankiers hanteren doorgaans een minimum van 1,2. Onder dat niveau zullen ze aandringen op extra zekerheid of uw kredietlimiet verlagen. Een ratio boven 2,0 is ook niet altijd goed — het kan betekenen dat u te veel cash vastzet in voorraden of debiteuren die te lang wachten om te betalen.
Typisch probleem: uw klanten betalen traag (lange debiteurentermijn) terwijl uw leveranciers snel willen betaald worden. Dat drukt uw current ratio.
Ratio 2 — Quick ratio: de strenge versie van liquiditeit
De quick ratio is identiek aan de current ratio, maar trekt uw voorraden er eerst af. Voorraden zijn namelijk niet altijd snel omzetbaar in cash — zeker niet bij een crisis of faillissement.
Norm: boven 0,8. Een handelsbedrijf met grote voorraden zal altijd een lagere quick ratio hebben dan een dienstenbedrijf. Vergelijk uw ratio dus altijd met uw eigen sector.
Wanneer is dit problematisch? Als uw quick ratio onder de 0,6 zakt, kunt u bij een plotse daling van de omzet of een onverwachte grote factuur in betalingsmoeilijkheden komen — zelfs als uw current ratio op papier nog oké is.
Ratio 3 — Solvabiliteitsratio: van wie is uw bedrijf?
De solvabiliteitsratio drukt uit welk deel van uw balanstotaal gedekt wordt door eigen vermogen. Eenvoudig gezegd: welk deel van uw vennootschap is van u, en welk deel is van de bank of andere crediteuren?
Norm: boven 25%, ideaal boven 35%. Een solvabiliteitsratio van 20% betekent dat voor elke €100 activa slechts €20 van uzelf is — kwetsbaar bij tegenvallers. Een ratio van 40% geeft een stevige buffer.
Waarom dit belangrijk is voor uw bank: lenders kijken naar solvabiliteit om te bepalen hoeveel verlies een vennootschap kan opvangen vóór zij zelf verlies lijden. Een lage solvabiliteitsratio verhoogt uw rentevoet en verkleint uw kredietcapaciteit.
Hoe verbetert u dit? Door winst in de vennootschap te houden in plaats van altijd te maximaliseren wat u uitkeert als bezoldiging of dividend. Dat is ook fiscaal interessant als de vennootschapsbelasting lager ligt dan de personenbelasting op uw inkomen.
Ratio 4 — EBITDA-marge: wat verdient uw bedrijf echt?
EBITDA staat voor Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation and Amortisation — de bedrijfswinst vóór afschrijvingen, interestlasten en belastingen. De EBITDA-marge drukt dit uit als percentage van de omzet.
Waarom vóór afschrijvingen? Omdat afschrijvingen een boekhoudkundige keuze zijn, geen cash-uitgave. Twee identieke bedrijven kunnen een heel andere netto-winst tonen enkel door andere afschrijvingsmethodes. EBITDA neutraliseert dit.
Norm: boven 7%, goed boven 12%. Een bouwbedrijf zal typisch rond 5-8% zitten, een softwarebedrijf kan 20-30% halen. Sectorcontext is cruciaal.
Banken gebruiken de EBITDA-marge om uw terugbetalingscapaciteit te bepalen: EBITDA / nettoschuld is de meest gebruikte hefboomratio bij kredietbesluiten. Hoe lager uw EBITDA-marge, hoe minder schuld een bank bereid is te geven.
Ratio 5 — Brutomarge: de basis van winstgevendheid
De brutomarge is het verschil tussen uw omzet en de directe kosten van uw goederen of diensten (aankopen + externe diensten), uitgedrukt als percentage van de omzet.
Dit is de meest sectorafhankelijke ratio. Een groothandelaar werkt op marges van 10-15%. Een IT-consultant kan 70-80% brutomarge realiseren. Vergelijk uw brutomarge dus altijd met uw eigen NACE-sector, niet met het algemeen gemiddelde.
Waarom het de basis is: van de brutomarge betaalt u alle vaste kosten (personeel, huur, energie, overhead). Wat daarna overblijft is uw EBIT. Als uw brutomarge niet stijgt, maar uw kosten wel, verdwijnt uw marge onherroepelijk.
Mijn score is laag — wat nu?
Een lage score is geen oordeel, maar een signaal. Het zegt dat er op minstens één dimensie een knelpunt is dat gecorrigeerd kan worden. De gratis scorekaart toont wat het probleem is, maar niet waarom het er is, noch hoe u het aanpakt.
Dat is precies wat een volledig Cephu-rapport doet: het identificeert de oorzaken (is uw liquiditeitsprobleem te wijten aan trage debiteurs, te grote voorraden, of overinvestering in vaste activa?), vergelijkt met uw sector (is dit typisch voor uw NACE-code of uniek voor uw vennootschap?) en formuleert concrete actiepunten die u samen met uw accountant of adviseur kunt uitvoeren.
Mijn score is hoog — heb ik dan niets nodig?
Een hoge score betekent dat uw basisratio's gezond zijn. Toch zijn er altijd twee vragen die de scorekaart niet beantwoordt: is dit beter of slechter dan vorig jaar?en hoe presteert u versus uw sector?
Een vennootschap met een score van 75 die vorig jaar 90 had, is aan het achteruitgaan. Een vennootschap met een score van 60 die vorig jaar 45 had, is sterk aan het verbeteren. Zonder meerjarencontext is een momentopname maar de helft van het verhaal.
Wat bevat een volledig Cephu-rapport dat de gratis scan niet heeft?
- Meerjarenanalyse: evolutie van alle ratio's over 2 à 3 jaar
- Sectorvergelijking: hoe presteert u versus uw NACE-sector (NBB-data)
- Werkkapitaalcyclus: DSO (debiteurentermijn), DIO (voorraadrotatie), DPO (crediteurentermijn) en cash conversion cycle
- Schuldenstructuuranalyse: korte vs. lange termijn, rentegevoeligheid
- Concrete aanbevelingen in tekst: niet alleen wat, maar waarom en hoe
U ontvangt het rapport als PDF, volledig in het Nederlands, klaar om te bespreken met uw accountant, bank of raad van bestuur.